Een faillissement betekent niet automatisch dat je als ondernemer jarenlang aan de zijlijn staat. In België kun je in principe meteen opnieuw een onderneming starten. Toch bestaan er belangrijke uitzonderingen. In bepaalde gevallen kan een schuldeiser namelijk vragen om de gefailleerde of de bestuurders tijdelijk te verbieden om nog een onderneming te leiden of een bestuursfunctie uit te oefenen.
Als een schuldeiser tijdens een faillissement niet betaald wordt, kan hij onder bepaalde voorwaarden vragen om de gefailleerde of de bestuurders tijdelijk te verbieden om een bedrijf te runnen of een bestuursfunctie te bekleden.
Dit kan wanneer de gefailleerde of de bestuurders een kennelijk grove fout hebben gemaakt die heeft bijgedragen tot het faillissement.
Denk bijvoorbeeld aan het volledig en systematisch negeren van fiscale en sociale verplichtingen, het niet indienen van btw-aangiftes, het niet voeren van enige boekhouding, het gebruiken van kasmiddelen van de vennootschap die via rekening-courant worden onttrokken zonder enige fiscale of sociaalrechtelijke afrekening, het niet houden van een werkelijk adres of het gebrek aan medewerking met de curator.
Een schuldeiser moet hiervoor naar de ondernemingsrechtbank stappen die het faillissement heeft uitgesproken. Die plant binnen acht dagen een zitting en neemt vervolgens een gemotiveerde beslissing.
De rechtbank kan een verbod opleggen voor maximaal tien jaar. Dat verbod kan eventueel voorwaardelijk worden opgelegd of met opschorting. De beslissing wordt gepubliceerd in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad.
Als een schuldeiser tijdens een faillissement niet betaald wordt, kan hij in bepaalde gevallen dus toch nog een uitzondering verkrijgen op het principe van de ‘fresh start’ in het Belgisch insolventierecht.
Dit principe houdt in dat gefailleerden opnieuw moeten kunnen beginnen met een schone lei.
Hoewel een dergelijk verbod geen betaling oplevert voor de schuldeiser, zorgt het er wel voor dat malafide ondernemers geen nieuwe slachtoffers kunnen maken. Voor veel ondernemers is dat erg belangrijk.
Je kunt uiteraard ook proberen de curator of het openbaar ministerie ervan te overtuigen om bij de rechtbank een verzoek in te dienen om een dergelijk verbod op te leggen.