naar nieuwsoverzicht

Vereniging van Mede-Eigenaars: wat met de onrechtmatige bedingenbescherming?

De Vereniging van Mede-Eigenaars (VME) viel lange tijd uit de boot als het ging over bescherming tegen onrechtmatige bedingen.

Een VME is een rechtspersoon en valt daardoor niet onder de wettelijke definitie van een consument. De regels over onrechtmatige bedingen in overeenkomsten met consumenten, de zogenaamde B2C-regeling, waren bijgevolg niet van toepassing.

Maar ook op de bescherming die geldt tussen ondernemingen kon een VME zich niet beroepen. Een VME valt immers niet onder het functionele ondernemingsbegrip, waardoor ook de B2B-regeling niet van toepassing was.

Trius advocaten Lieven
"Een VME kon lange tijd niet terugvallen op een specifieke wettelijke bescherming tegen onrechtmatige contractuele bedingen."

De wet maakt nu een onderscheid

Voor de toepassing van de regels rond onrechtmatige bedingen wordt voortaan een onderscheid gemaakt tussen een consumenten-VME en een ondernemings-VME.

Een VME wordt beschouwd als een consumenten-VME wanneer minstens 75% van de kavels geen professionele bestemming heeft. Op overeenkomsten met zo’n VME is de bescherming tegen onrechtmatige bedingen uit de B2C-regeling van toepassing.

Kunnen minstens 25% van de kavels een professionele bestemming hebben, dan gaat het om een ondernemings-VME. In dat geval zijn de regels over onrechtmatige bedingen in B2B-overeenkomsten van toepassing.

 

Wat betekent dit in de praktijk?

Wie een overeenkomst sluit met een VME, doet er dus goed aan om eerst na te gaan met welk type VME hij te maken heeft.

Gaat het om een consumenten-VME, dan moet het contract voldoen aan de strengere regels die gelden tegenover consumenten. Bij een ondernemings-VME zijn dan weer de bepalingen inzake onrechtmatige bedingen tussen ondernemingen van toepassing.

De kwalificatie van de VME is met andere woorden bepalend voor de regels waaraan de overeenkomst en de daarin opgenomen bedingen moeten voldoen.

Graag meer
informatie?

naar nieuwsoverzicht