Inschrijven op onze nieuwsbrief Voor een beknopte en heldere toelichting bij de recentste ontwikkelingen in wetgeving en rechtspraak: vertrouw ons uw e-mailadres toe.

Rechtspraak neemt voor het eerst standpunt in bij waardebepaling van aandelen

Rechtspraak neemt voor het eerst standpunt in bij waardebepaling van aandelen

Met een arrest van 9 december 2010 heeft het Hof van Cassatie voor het eerst duidelijk standpunt ingenomen over de peildatum voor de waardering van de aandelen, in geval van een conflictsituatie. Wanneer een aandeelhouder verwikkeld is in een uitzichtloos conflict met zijn medevennoten, dan heeft hij de mogelijkheid om de andere aandeelhouder(s) via de rechtbank te dwingen om hun aandelen aan hem over te dragen, of om zijn aandelen over te nemen. Een belangrijke discussie is dan de waardebepaling van de aandelen. Het tijdstip waarop de prijs bepaald wordt, is hierbij van groot belang. Het Hof heeft recent geoordeeld dat in het kader van een vordering tot uitsluiting de waarde van de aandelen moet bepaald worden op datum van de overdracht, zoals opgelegd door de rechter.

Wanneer een aandeelhouder van een nv of bvba, verwikkeld is in een uitzichtloos conflict met zijn medevennoten, dan heeft hij – onder bepaalde omstandigheden – de mogelijkheid om de andere aandeelhouder(s) via de rechtbank te dwingen om hun aandelen aan hem over te dragen, of om zijn aandelen over te nemen.

De wetgever heeft deze zogenaamde geschillenregeling  ingevoerd om te vermijden dat geschillen tussen aandeelhouders, die de werking van de vennootschap verlammen, het voortbestaan van de vennootschap in het gedrang brengen.

De geschillenregeling omvat twee procedures: de vordering tot uitsluiting en de vordering tot uittreding.

 

Vordering tot uitsluiting

De vordering tot uitsluiting biedt de mogelijkheid aan één of meerdere aandeelhouders die samen 30% van de aandelen bezitten, om wegens gegronde redenen te bekomen dat een aandeelhouder veroordeeld wordt om zijn aandelen aan de eiser(s) over te dragen.

Vordering tot uittreding

Het spiegelbeeld hiervan is de vordering tot uittreding, waarbij een aandeelhouder om gegronde redenen in rechte vordert dat zijn aandelen worden overgenomen door de aandeelhouder(s) op wie de gegronde redenen betrekking hebben.

Beide procedures beogen dus een rechterlijke tussenkomst om een overdracht van aandelen tussen aandeelhouders te bewerkstellingen. In beide gevallen zal de rechter eerst onderzoeken of er gegronde redenen aanwezig zijn, waarna hij zal moeten overgaan tot een prijsbepaling.

De rechtspraak aanvaardt drie grote categorieën van gegronde redenen , nl. misbruik van recht,  tekortkomingen van de verweerder en een ernstige en duurzame onenigheid tussen de aandeelhouders.

De twee procedures vertonen veel gelijkenissen, toch verschillen ze fundamenteel op één punt : in de procedure tot uitsluiting staat het vennootschapsbelang centraal. De rechter zal de vordering inwilligen wanneer het dispuut tussen de aandeelhouders de vennootschap verlamt, ongeacht of de oorzaak van de onenigheid toerekenbaar is aan één bepaalde aandeelhouder.

De procedure in uittreding echter heeft een sanctionerende doelstelling. De eiser zal moeten aantonen dat er een gegronde reden bestaat in hoofde van de aandeelhouder tegen wie hij de vordering instelt. Daarbij is niet het belang van de vennootschap doorslaggevend, maar wel de onrechtmatige handelingen van de aandeelhouder in kwestie ten aanzien van de overige aandeelhouders en eventueel ten aanzien van de vennootschap.

 

Waardebepaling van aandelen

Eens het debat over de gegronde reden gevoerd is, en de rechter het bestaan ervan bewezen acht en de vordering dus gegrond verklaart,  volgt de minstens even belangrijke discussie over de waardebepaling van de aandelen. De overnemer zal namelijk streven naar een zo laag mogelijke prijs, terwijl de overdrager een zo hoog mogelijke prijs voor zijn aandelen zal proberen te verkrijgen.

Het tijdstip en de wijze waarop de prijs wordt bepaald zullen een grote invloed hebben op het uiteindelijke bedrag. De wet zelf bevat echter geen aanwijzingen noch over de waarderingsmethodes die moeten gehanteerd worden, noch over het ogenblik in de tijd waarop men zich moet plaatsen om de waarde te bepalen. De rechter beschikt dan ook over een zeer ruime appreciatiebevoegdheid en maakte daar in het verleden vaak gebruik van om billijke oplossingen te zoeken voor conflicten binnen de vennootschap.  Immers, afhankelijk van de peildatum waarop de waarde van de aandelen wordt bepaald, kon de rechter de invloed van de gegronde redenen al dan niet in de waardering laten meespelen.

Deze ruime beoordelingsvrijheid heeft er dan ook toe geleid dat er in de praktijk talrijke tijdstippen gehanteerd werden om de waarde van de aandelen te bepalen, zoals de datum van het inleiden van de vordering, de datum van het vonnis waarin de uitsluiting of de uittreding worden bevolen, de datum waarop de deskundige zijn waarderingsverslag neerlegt bij de rechtbank,  de datum van het ontstaan van het conflict of van de gegronde redenen die aanleiding hebben gegeven tot de vordering, de datum van de afsluiting van de laatste jaarrekening, …

 

Standpunt door Hof van Cassatie

Met een arrest van 9 december 2010 heeft het Hof van Cassatie voor het eerst duidelijk standpunt ingenomen over de peildatum voor de waardering van de aandelen, althans in geval van een procedure tot uitsluiting. Het Hof heeft geoordeeld dat de waarde van de aandelen moet bepaald worden op datum van de overdracht zoals opgelegd door de rechter. Het recht op betaling van de aandelen ontstaat namelijk op het ogenblik van de overdracht van de eigendom van de aandelen.

Deze waardebepaling moet gebeuren in een perspectief van continuïteit, zonder dat er rekening mag worden gehouden met de invloed van het gedrag van de betrokken partijen op de situatie die tot de inleiding van de vordering tot uitsluiting heeft geleid, of op het herstel van de vennootschap nadien.

Dit arrest sluit aan bij het een deel van de rechtsleer waarin men erop wijst dat het bij gebrek aan andere aanwijzingen in de wet de rechter niet toegelaten is om een schadevergoeding toe te kennen. Een eventueel foutief gedrag van één van de aandeelhouders mag dan ook geen invloed hebben bij de prijsbepaling.  

 

Kritiek

Er is echter ook heel wat kritiek op deze stelling. Bepaalde  auteurs achten dit standpunt misschien nog verdedigbaar in het kader van de vordering tot uitsluiting, die geen sanctionerend karakter heeft.  De vordering tot uittreding houdt daarentegen wel een sanctie in, zodat deze auteurs van oordeel zijn dat het standpunt van het Hof van Cassatie niet mag uitgebreid worden tot de vordering tot uittreding. Anders riskeert een geslaagde vordering tot uittreding een loutere pyrrusoverwinning te worden. Denk maar aan de vennoot wiens vordering tot uittreding door de rechtbank gegrond wordt verklaard wegens onrechtmatig gedrag van zijn medevennoot waardoor de vennootschap zware schade heeft geleden. Indien de waarde van de aandelen moet bepaald worden op datum van de overdracht, zal de prijs die de eiser voor zijn aandelen ontvangt zwaar negatief beïnvloed zijn door het onrechtmatig gedrag van zijn medevennoot. Zo dreigt hij dan toch mee de prijs te betalen voor de fouten van zijn medevennoot.

Veerle Carron, Trius Advocaten

 

 

site by tales.be