Inschrijven op onze nieuwsbrief Voor een beknopte en heldere toelichting bij de recentste ontwikkelingen in wetgeving en rechtspraak: vertrouw ons uw e-mailadres toe.

Het geduld van schuldeisers eindigt waar de rechtsverwerking begint.

 

Het geduld van schuldeisers eindigt waar de rechtsverwerking begint.
Hof van Cassatie zet de poort open naar een ruimere toepassing van de rechtsverwerking als alternatieve uitdovingsgrond van subjectieve rechten.
 
In quasi alle rechtstelsels geldt het als een algemeen principe dat een persoon zijn subjectieve rechten moet uitoefenen binnen een welbepaald tijdsbestek.
Het wordt inderdaad als juridisch onaanvaardbaar beschouwd dat subjectieve rechten eeuwigdurend zouden kunnen worden uitgeoefend. Daarentegen wordt het als rechtvaardig aanvaard dat personen na verloop van een bepaalde tijdspanne de zekerheid bekomen dat zij niet langer tot nakoming van een bepaalde schuld kunnen worden aangesproken.
Dit algemeen principe wordt bijna steeds gerealiseerd door een wettelijk systeem van verjaring. De verjaring komt er grosso modo op neer dat de mogelijkheid van een persoon om zijn/haar subjectief recht uit te oefenen na verloop van een welbepaalde periode vervalt.
Bij mondjesmaat en aanvankelijk schoorvoetend heeft de rechtspraak onder invloed van het Hof van Cassatie evenwel een bijkomende temporele beperking van de mogelijkheid om een subjectief recht uit te oefenen in het leven geroepen.
Reeds sedert 1990 aanvaardt het Hof van Cassatie immers dat de uitvoering van een subjectief recht door een persoon kan worden gecorrigeerd of zelfs geweigerd indien kan worden aangetoond dat rechtsmisbruik wordt gepleegd door de contractspartij die een haar toekomend recht uitoefent nadat zij bij de wederpartij het gewettigde vertrouwen had gewekt dit recht niet te zullen uitoefenen, en die zo een houding aanneemt die objectief onverenigbaar is met de houding die de betrokkene voordien bij de uitoefening van dat recht had aangenomen.
Deze leer van het Hof van Cassatie is sindsdien gekend onder de term ‘rechtsverwerking’.
Met twee recente arresten heeft het Hof van Cassatie thans evenwel voor het eerst de deur voor een ruimere toepassing van de rechtsverwerking verder open gezet door de rechtsverwerking eigenlijk te beschouwen als een vorm van rechtsmisbruik.
In die twee recente arresten neemt het Hof van Cassatie aan dat een contractspartij rechtsmisbruik pleegt wanneer zij gedurende geruime tijd – in beide gevallen ongeveer tien jaar – niet formeel protesteert tegen de wanprestatie van haar wederpartij en dan zonder ingebrekestelling of zonder een voorafgaande mededeling wegens die wanprestatie de ontbinding van de overeenkomst of schadevergoeding vordert.
In de eerste zaak die leidde tot een arrest van 20 oktober 2006 vorderde een partij vergoeding wegens het te lang uitblijven van betalingen door de wederpartij, hoewel zij die wanbetaling tien jaar zonder formeel protest had geduld. Het Hof van Cassatie bevestigde evenwel de beslissing van de feitenrechter die stelde dat de partij deze betalingsachterstand niet zonder voorafgaande ingebrekestelling plotseling kan gaan beschouwen als een contractbreuk die de onmiddellijke ontbinding van de overeenkomst in het nadeel van de wederpartij rechtvaardigde, en dat zij deze overeenkomst slechts ter goeder trouw kan beëindigen door het betekenen van een opzeggingstermijn.
 
In de tweede zaak die aanleiding gaf tot het arrest van 1 oktober 2010 vorderde een brouwerij een schadevergoeding van een uitbater van een drankgelegenheid wegens een te lage drankafname, hoewel de brouwerij over die te lage drankafname gedurende bijna tien jaar nooit enige mededeling had gedaan aan de uitbater van die drankgelegenheid. Ook hier bekrachtigde het Hof van Cassatie de uitspraak van de feitenrechter die de vordering van de brouwerij had afgewezen omdat de uitbater, als gevolg van het gebrek aan enige mededeling dienaangaande gedurende bijna tien jaar, er terecht mocht op vertrouwen dat de brouwerij de overeenkomst als minnelijk beëindigd beschouwde, en later zelfs geen enkele aanspraak meer zou formuleren met betrekking tot deze te lage drankafname.
In ieder geval moet uit deze bijgestuurde rechtspraak van het Hof van Cassatie worden afgeleid dat schuldeisers niet zomaar gedurende jaren op hun lauweren kunnen rusten om dan kort voor het intreden van de verjaring plots een subjectief recht uit te oefenen dat zij gedurende al die voorbije jaren niet hebben uitgeoefend.
Een dergelijk laattijdig uitoefenen van subjectieve rechten zou in de toekomst nog wel eens meer kunnen worden gecounterd door een toepassing van de leer van de rechtsverwerking.
 
Nicolas VANLERBERGHE   
 

site by tales.be